Voor elke euro geïnvesteerd in microkrediet krijgt de gemeenschap er vier terug

Vlerick, KPMG en VISES meten de impact van het microkrediet in België

Donderdag 19 oktober 2017 — > 84% van de micro-ondernemers hebben werk.

> Het overlevingspercentage van de opgerichte ondernemingen met behulp van een microkrediet bedraagt 78%.

> Bijna een derde van de actieve micro-ondernemingen werft medewerkers aan, waarvan 41% werkloos was.

Volgens de resultaten van een drievoudige studie uitgevoerd door de Vlerick Business School, het auditkantoor KPMG en het VISES-project (Valoriser l’Impact Social de l’Entrepreneuriat Social), verbetert de werking van microStart het dagelijkse leven van de micro-ondernemers. Andere vaststelling: de talrijke positieve effecten waardoor de overheid besparingen kan realiseren op het vlak van sociale uitkeringen en ook aanzienlijke fiscale inkomsten.

microStart is een coöperatieve met sociaal oogmerk en een vereniging zonder winstoogmerk die actief zijn in het microkrediet. Sinds 2010 biedt ze financiering en begeleiding aan sociaal uitkeringsgerechtigden en ondernemers die geen toegang hebben tot bankfinanciering en die een kleine zelfstandige onderneming willen opstarten of verder uitbouwen.

In 2014 vroegen microStart en BNP Paribas Fortis, de eerste aandeelhouder van microStart, aan de Vlerick Business School om de maatschappelijke impact van het microkrediet te becijferen. Uit het onderzoek bleek destijds dat de microkredieten verleend door microStart de overheid jaarlijks een bedrag van 2,21 miljoen euro opbrachten, door extra belastinginkomsten (1,12 miljoen euro) en besparingen in de sociale zekerheid (1,09 miljoen euro).

Drie jaar later hebben beide partners de cijfers van dit onderzoek hernieuwd en aangevuld met twee andere studies uitgevoerd door KPMG en VISES.

  • De studie van de Vlerick Business School is een update van 2014. Ze bestaat uit twee onderdelen: een eerste deel over de integratie van de door microStart gefinancierde micro-ondernemers en de duurzaamheid van de opgerichte ondernemingen, een tweede deel over de positieve gevolgen voor de overheid.
  • Het auditkantoor KPMG baseert zich op het onderzoek van Vlerick en het businessmodel van microStart voor de berekening van de Social Return on Investment (SROI), die een weerslag heeft op de hele maatschappij.
  • Ter vervollediging voerde VISES een kwalitatieve studie uit door klanten te vragen wat zij vinden van microStart.

De resultaten van deze drievoudige benadering zijn op 19 oktober bekendgemaakt ter gelegenheid van de derde Europese dag van de Microfinanciering. Gemeenschappelijk punt tussen de drie onderzoeken: de positieve effecten van het microkrediet voor de Belgische economie en maatschappij, én voor het dagelijkse leven van de micro-ondernemers. De onderzoeksresultaten laten bovendien vier belangrijke conclusies toe.

1. EEN INTEGRATIEPERCENTAGE VAN RUIM 84%

171 klanten (14,9%) hebben de tweede Vlerick-enquête ingevuld. 41% van hen hadden geen baan toen ze klant werden (tegenover 50% bij de vorige enquête). Vooraleer de stap naar microStart te zetten, leefden nauwelijks 18% van de klanten boven de armoedegrens, tegen 44% eind juni 2017, op het ogenblik dat de enquête werd afgerond.

De professionele integratie (*) van de micro-ondernemers bedraagt na twee jaar meer dan 84%. Tijdens diezelfde periode daalt het armoedepercentage voor de doelgroep van 82% naar 56%. Na het verkrijgen van het microkrediet is hun inkomen gemiddeld met 9,5% gestegen. Meer dan een op de twee klanten (55%) zegt tevreden te zijn met zijn nieuwe inkomensniveau.

(*) Het percentage van personen die ten minste twee jaar na hun steun door microStart tewerkgesteld zijn

2. EEN OVERLEVINGSPERCENTAGE VAN DE ONDERNEMINGEN VAN 78%

Hoewel ze vooral actief zijn in zogenaamde ‘moeilijke’ sectoren (horeca,, transport ...), hebben de ondernemingen die opgestart zijn met behulp van microStart een overlevingspercentage van 78% (83% voor het jaar 2015, tegen 68% in 2013). Bij de starters (*) ligt dit percentage op 75%.

Voor klanten die vóór hun opstart al zelfstandig waren, is het hoogste percentage opgetekend (85%), gevolgd door wie geen activiteit had (75%), werklozen (67%) en ex-werknemers (63%). Dit is vergelijkbaar met het nationale gemiddelde bij meer kwetsbare doelgroepen.

(*) Ondernemingen jonger dan 12 maanden na hun eerste contact met microStart

3. JOBCREATIE

Elke klant gefinancierd door microStart heeft gemiddeld 1,6 jobs gecreëerd (waaronder die van de micro-ondernemer zelf), een cijfer dat stijgt tot 1,8 voor de ondernemers die nog steeds actief zijn. 30% van deze laatste hebben 107 werknemers aangeworven, waaronder 41% werklozen.

Onder de respondenten waren 60% in Brussel werkloos alvorens ze bij microStart terechtkwamen, tegenover 42% in juni 2017. In Vlaanderen zijn deze cijfers respectievelijk 26% en 14%, en in Wallonië 53% en 13%.

4. ELKE GEÏNVESTEERDE EURO BRENGT ER VIER OP 

Door de sociale en financiële situatie van zijn klanten te verbeteren, creëert de werking van microStart een positieve spiraal waardoor ook de Belgische staat aanzienlijke besparingen kan realiseren op het vlak van sociale uitkeringen (werkloosheid, OCMW ...), en belangrijke fiscale opbrengsten kan boeken (nieuwe bijdragen, taksen, belastingen ...).

KPMG heeft de zogenaamde ‘Annual Net Value’ (Actuele Nettowaarde) berekend. Dat is de gemiddelde bijdrage aan de gemeenschap (gegenereerde inkomsten + vermeden kosten). Die van een kandidaat-micro-ondernemer wordt geschat op 4.125,1 euro vóór de tussenkomst van microStart. Twee jaar erna stijgt dat bedrag tot 18.642,8 euro. Dat is dus een bruto economische impact van 14.517,8 euro. Als we dit cijfer delen door het gemiddelde bedrag dat microStart uitleent (3.592,6 euro per persoon), komen we tot een positieve impactratio van 4,04.

Met andere woorden: voor elke euro die in het microkredietprogramma van microStart wordt geïnvesteerd, krijgt de gemeenschap na twee jaar vier euro terug.

MICROKREDIET, DOELTREFFEND TEGEN ARMOEDE EN UITSLUITING

Zoals blijkt uit deze onderzoeken, is microStart een doeltreffend middel voor de creatie van welvaart. Het creëert een waterval van positieve effecten die hun weerslag hebben op de hele maatschappij: duurzame arbeidsplaatsen, regularisatie van precair of zwart werk, verhoogde fiscale en sociale bijdragen, toegang tot financiering …

Onze rol als bankier bestaat erin het spaargeld van de ene te gebruiken om te investeren in het project van de andere, om op die manier de reële economie in België te ondersteunen. Het traditionele banksysteem bereikt een hele groep van de bevolking niet, namelijk de minstbedeelden. Dankzij ons partnerschap met microStart kunnen we nagenoeg alle kredietaanvragen behandelen en een maatschappelijk engagement opnemen door producten en diensten aan te bieden die voor iedereen toegankelijk zijn”, verklaart Max Jadot, CEO van BNP Paribas Fortis.

 “Door zijn impact zorgt microStart voor een positieve spiraal die de hele samenleving ten goede komt. Dat is maar mogelijk door de steun die onze klanten krijgen van publieke en private partners, het team van medewerkers, de vrijwillige coaches en de bestuurders. De gedrevenheid van de micro-ondernemers die we ondersteunen, geeft ons energie om onze impact nog verder te vergroten”, vervolgt Luc Haegemans, Voorzitter van de Raad van Bestuur van microStart CVBA-SO.

 

Perscontact:

Voor meer informatie, interviewaanvragen of beeldmateriaal kunt u contact opnemen met:

Voice Agency – Karel Goethals — press@voice.be — 0485/82.96.52

Infografiek 1
Infografiek 2
Infografiek 3
Infografiek 4
Infografiek 5
Infografiek 6
Infografiek 7
Infografiek 8
Luc Haegemans (microStart)
Max Jadot (BNP Paribas Fortis)
Maria Nowak (Adie)
Ann Branch (European Commission) & Dominique de Crayencour (EMN)
Azzim Gulamhussem (Vlerick), Bart Walterus (KPMG), Joanne Clotuche (VISES)
Emilie Eeman & Sammy Letaief
Mustafa